Overheid kan bij aanbesteden flexibel zijn - Het Financieele Dagblad
Overheid kan bij aanbesteden flexibel zijn
10 september 2008 | Het Financieele Dagblad
Door: Duits, E.;Dekker, M.
Martijn Dekker en Erwin Duits
De laatste weken is Europees aanbesteden weer behoorlijk in het nieuws. Scholen vinden het verplicht aanbesteden van schoolboeken flauwekul. Het mkb stelt dat de overheid per jaar euro 50 mln te veel uitgeeft door het midden- en kleinbedrijf geen kans te geven. Ten slotte hebben bij de bouw van het nieuwe stadhuis in Westland diverse architecten zich teruggetrokken vanwege de buitenproportionele eisen. De kritiek is dat de overheid Europese regels te rigide hanteert. Nieuwe bedrijven maken geen kans.
De kern van het Europees aanbestedingsbeleid is dat belastinggeld op een verantwoorde manier moet worden uitgegeven en eerlijke concurrentie wordt bevorderd. De belangrijkste uitgangspunten hierbij zijn: gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit - de gestelde eisen moeten in verhouding staan tot de aan te besteden opdracht. Geen enkele opdrachtnemer kan tegen deze uitgangspunten zijn.
Maar te veel nadruk wordt gelegd op ervaring en omzet van de opdrachtnemer. Nieuwe bedrijven krijgen op deze manier geen kans om aan een Europese aanbesteding mee te doen, omdat niet aan de minimumgeschiktheidseisen wordt voldaan.
Europese aanbestedingsprocedures krijgen steeds meer een juridisch karakter. Fouten in de gevolgde procedure of een fout in de beoordeling zorgen voor steeds meer rechtszaken. Overheidsinkopers vermijden elk risico in de uitvoering en spelen op 'safe'. Omzeteisen en ervaringseisen zijn objectief en meetbaar en worden hierdoor als belangrijke minimumgeschiktheidseisen gekozen.
Hoe kan ervoor worden gezorgd dat deze vicieuze cirkel wordt doorbroken? In een recent rapport van Atelier Kempe Till is gekeken hoe landen als België, Duitsland, Oostenrijk en Spanje omgaan met de aanbestedingsregels. De conclusie is dat kleine partijen succesvol deelnemen aan Europese aanbestedingen. Belangrijkste reden hiervan is een schakel tussen de opdrachtnemer en de overheid. Verder hebben de inhoudelijk deskundigen een sterkere stem en invloed rondom de aanbesteding.
Aanbesteden is geen inkoopfeestje alleen. De inhoudelijk deskundige brengt de specificaties in. De inkoopafdeling faciliteert het proces en zorgt ervoor dat het aanbesteden gebeurt volgens de geldende Europese regels. Deze regels bieden genoeg flexibiliteit om jonge en innovatieve partijen succesvol aan aanbestedingen te laten meedoen. De belangrijkste les is dat de overheidsinkopers durven innovatief aan te besteden. In andere landen wordt bewezen dat het kan.
Martijn Dekker en Erwin Duits zijn managing consultant bij Benefit Inkoop adviesgroep.
woensdag 10 september 2008
dinsdag 9 september 2008
Duurzaam inkopen dure grap voor belastingbetaler - Het Financieele Dagblad
Duurzaam inkopen dure grap voor belastingbetaler - Het Financieele Dagblad
Duurzaam inkopen dure grap voor belastingbetaler
9 september 2008 | Het Financieele Dagblad
Door: Groot, E.
Ed Groot
Vorige week maakten de ministeries van Binnenlandse Zaken en Vrom bekend dat vóór 2010 alle inkopen van het rijk 'duurzaam' zullen zijn. De lagere overheden doen massaal mee. De bewindslieden Guusje ter Horst en Jacqueline Cramer zijn trots dat dit beleid flink op stoom komt. De Nederlandse belastingbetaler heeft minder reden tot juichen. Een geweldige nieuwe bureaucratie is in wording en er dreigt een forse kostenstijging voor de jaarlijks circa euro 40 mrd die de overheid inkoopt.
Wie denkt dat het begrip 'duurzaam' alleen slaat op milieuvervuiling door bedrijven heeft het mis. 'Duurzaam' is verbreed tot een containerbegrip waaronder van alles valt. Bijvoorbeeld ook vakbondsvrijheid, kinderarbeid, vrouwendiscriminatie en 'respect voor lokale gemeenschappen'.
Verder moeten bedrijven niet denken dat ze zich kwalificeren als leverancier als ze zich keurig houden aan de internationale handelswetgeving of het arbeidsrecht. Nee, de ambitie van het kabinet is om 'fair trade' toe te passen in het inkoopbeleid en ook te kijken of bedrijven wel genoeg werknemers uit zwakke groepen in dienst nemen.
'Duurzaamheid' is een verzamelnaam geworden van de agenda's van buitenparlementaire actiegroepen en non-gouvernementele organisaties (ngo's). Maar hoe vang je dat in een samenhangend inkoopbeleid? Het moet gezegd dat de overheid de zaken grondig aanpakt. Voor maar liefst tachtig productgroepen worden sets van criteria ontwikkeld. De mores van de polder dicteren dat vervolgens voor elke set 'stakeholderbijeenkomsten' worden gehouden. Daar wordt vergaderd hoe zwaar wat moet wegen. Daarna volgen nog consultatierondes, juridische toetsingen en dan komt de procedure van vaststelling van de criteria.
Denk niet dat dit een eenmalige exercitie is. Om de paar jaar moet alles opnieuw. 'Criteriaontwikkeling is dynamisch', stelt de uitvoeringsorganisatie SenterNovem in een brochure, want de technologie verandert voortdurend en de maatschappelijke opvattingen over wat duurzaam is ook. De goede verstaander weet genoeg: hier wordt tot in lengte van jaren een werkgelegenheidsgarantie gegeven aan vele honderden ambtenaren van rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en de representanten van milieugroepen en ngo's voor de ontwikkelingshulp.
Een veiligheidsklep lijkt te zijn dat duurzaam inkopen niet 'substantieel duurder' mag zijn. Maar wat is 'substantieel'? Bekend is dat biologische producten zo'n 60% duurder zijn. Toch eist de overheid dat de catering ten minste voor 40% uit biologische producten bestaat, terwijl landelijk slechts 2% van de consumenten biologisch eet. Vooral bij het ministerie van Landbouw is dat raar. Over de grens wordt onze tuinbouw aangeprezen als wonder van technologie, energiezuinigheid en minimale inzet van bestrijdingsmiddelen. Maar voor het eigen ministerie zijn dezelfde producten niet goed genoeg.
De rol van de Tweede Kamer is dubieus. Er zijn wel kritische vragen, maar die leiden steeds tot verdere verfijningen in een toch al ondoorzichtig geheel. De hamvraag wordt niet gesteld: is het sop de kool wel waard? Weegt de inzet van zo veel ambtenaren en de extra rompslomp voor bedrijven wel op tegen de duurzaamheidswinst, wat dat ook verder mag zijn? Waarom wel altijd kosten-batenanalyses als er eenmalig een snelweg moet worden verbreed, maar niet voor dit soort megaprojecten die jaar in jaar uit veel geld gaan kosten?
Natuurlijk is milieubeleid belangrijk. Daarom zijn er strenge eisen. Als het parlement die niet streng genoeg vindt, moet het die maar aanscherpen. Dan weten industrie en landbouw waar ze aan toe zijn. Maar ga niet voor één sector een ondoorzichtig geheel van extra eisen opstapelen dat bedrijven blootstelt aan de willekeur van ambtenaren en de duurzaamheidslobby.
Ed Groot is redacteur van Het Financieele Dagblad. edgroot@fd.nl
'Duurzaamheid' is een verzamelnaam geworden van de agenda's van ngo's en actiegroepen
Duurzaam inkopen dure grap voor belastingbetaler
9 september 2008 | Het Financieele Dagblad
Door: Groot, E.
Ed Groot
Vorige week maakten de ministeries van Binnenlandse Zaken en Vrom bekend dat vóór 2010 alle inkopen van het rijk 'duurzaam' zullen zijn. De lagere overheden doen massaal mee. De bewindslieden Guusje ter Horst en Jacqueline Cramer zijn trots dat dit beleid flink op stoom komt. De Nederlandse belastingbetaler heeft minder reden tot juichen. Een geweldige nieuwe bureaucratie is in wording en er dreigt een forse kostenstijging voor de jaarlijks circa euro 40 mrd die de overheid inkoopt.
Wie denkt dat het begrip 'duurzaam' alleen slaat op milieuvervuiling door bedrijven heeft het mis. 'Duurzaam' is verbreed tot een containerbegrip waaronder van alles valt. Bijvoorbeeld ook vakbondsvrijheid, kinderarbeid, vrouwendiscriminatie en 'respect voor lokale gemeenschappen'.
Verder moeten bedrijven niet denken dat ze zich kwalificeren als leverancier als ze zich keurig houden aan de internationale handelswetgeving of het arbeidsrecht. Nee, de ambitie van het kabinet is om 'fair trade' toe te passen in het inkoopbeleid en ook te kijken of bedrijven wel genoeg werknemers uit zwakke groepen in dienst nemen.
'Duurzaamheid' is een verzamelnaam geworden van de agenda's van buitenparlementaire actiegroepen en non-gouvernementele organisaties (ngo's). Maar hoe vang je dat in een samenhangend inkoopbeleid? Het moet gezegd dat de overheid de zaken grondig aanpakt. Voor maar liefst tachtig productgroepen worden sets van criteria ontwikkeld. De mores van de polder dicteren dat vervolgens voor elke set 'stakeholderbijeenkomsten' worden gehouden. Daar wordt vergaderd hoe zwaar wat moet wegen. Daarna volgen nog consultatierondes, juridische toetsingen en dan komt de procedure van vaststelling van de criteria.
Denk niet dat dit een eenmalige exercitie is. Om de paar jaar moet alles opnieuw. 'Criteriaontwikkeling is dynamisch', stelt de uitvoeringsorganisatie SenterNovem in een brochure, want de technologie verandert voortdurend en de maatschappelijke opvattingen over wat duurzaam is ook. De goede verstaander weet genoeg: hier wordt tot in lengte van jaren een werkgelegenheidsgarantie gegeven aan vele honderden ambtenaren van rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en de representanten van milieugroepen en ngo's voor de ontwikkelingshulp.
Een veiligheidsklep lijkt te zijn dat duurzaam inkopen niet 'substantieel duurder' mag zijn. Maar wat is 'substantieel'? Bekend is dat biologische producten zo'n 60% duurder zijn. Toch eist de overheid dat de catering ten minste voor 40% uit biologische producten bestaat, terwijl landelijk slechts 2% van de consumenten biologisch eet. Vooral bij het ministerie van Landbouw is dat raar. Over de grens wordt onze tuinbouw aangeprezen als wonder van technologie, energiezuinigheid en minimale inzet van bestrijdingsmiddelen. Maar voor het eigen ministerie zijn dezelfde producten niet goed genoeg.
De rol van de Tweede Kamer is dubieus. Er zijn wel kritische vragen, maar die leiden steeds tot verdere verfijningen in een toch al ondoorzichtig geheel. De hamvraag wordt niet gesteld: is het sop de kool wel waard? Weegt de inzet van zo veel ambtenaren en de extra rompslomp voor bedrijven wel op tegen de duurzaamheidswinst, wat dat ook verder mag zijn? Waarom wel altijd kosten-batenanalyses als er eenmalig een snelweg moet worden verbreed, maar niet voor dit soort megaprojecten die jaar in jaar uit veel geld gaan kosten?
Natuurlijk is milieubeleid belangrijk. Daarom zijn er strenge eisen. Als het parlement die niet streng genoeg vindt, moet het die maar aanscherpen. Dan weten industrie en landbouw waar ze aan toe zijn. Maar ga niet voor één sector een ondoorzichtig geheel van extra eisen opstapelen dat bedrijven blootstelt aan de willekeur van ambtenaren en de duurzaamheidslobby.
Ed Groot is redacteur van Het Financieele Dagblad. edgroot@fd.nl
'Duurzaamheid' is een verzamelnaam geworden van de agenda's van ngo's en actiegroepen
Abonneren op:
Reacties (Atom)
